WoonSaem ondersteunt en stimuleert oudere migranten om eigen gemeenschappelijke woonvormen op te zetten. De stichting geeft projecten gericht op groepswonen een stevige basis en helpt deze sneller te realiseren. Zelfredzaamheid en de eigen kracht van ouderen die in een groep willen wonen, vormen daarbij het uitgangspunt. Stichting WoonSaem is een initiatief van Stichting Het R.C. Maagdenhuis en wordt mogelijk gemaakt door een aantal fondsen en samenwerkingspartners. Irene Edzes van FASadE sprak met Harry Moeskops, voorzitter van Stichting WoonSaem op 29 september 2026.
1. WoonSaem ondersteunt en stimuleert oudere migranten om eigen gemeenschappelijke woonvormen op te zetten. Waarom is dit belangrijk?
We merken dat ouderen met een migratieachtergrond, met name de 1e generatie, makkelijker geïsoleerd raken als bijvoorbeeld de partner komt te overlijden. Een collectieve woongemeenschap draagt bij aan een plezierige leefomgeving. Mensen kunnen sneller bij buren terecht en voelen zich gelukkiger. De vraag naar zorg en ondersteuning neemt hierdoor ook af.
2. Wat maakt het opzetten van gemeenschappelijke woonvormen voor ouderen lastig?
Vooral op het vlak van de Volkshuisvesting liggen de uitdagingen. Waar vind je locaties en betaalbare woningen met gezamenlijke voorzieningen? En met betaalbaar bedoel ik tot de 1e aftoppingsgrens van de sociale huur.
In de eerste generatie migranten zit veel kracht, maar het tot stand brengen van een initiatief als een Knarrenhof is iets anders. WoonSaem werkt samen met woningcorporaties. Voor o.a. de verhuur van een gemeenschappelijke ruimte vragen zij om de oprichting van een rechtspersoon (bij voorkeur een vereniging). Het vormen van een bestuur is lastig. Zonder de inzet van de tweede generatie (vaak kinderen van de bewoners) lukt het vaak niet. WoonSaem werkt altijd samen met sleutelfiguren die zowel de taal van de doelgroep als Nederlands machtig is en zo een brugfunctie kan vervullen naar de ouderen. De stichting zelf vervult op haar beurt een verbindende functie naar woningcorporaties en gemeente, ook op langere termijn.
Als een woningbouwvereniging voorstander is van het vormen van een woongemeenschap kan ze vaak het bijbehorende extra werk dat dit vraagt niet faciliteren. Juist die brugfunctie is belangrijk en moet worden belegd. Vaak ontbreekt het daarvoor aan middelen. Het voorbereiden van een collectief wooninitiatief is een kwestie van een lange adem hebben. Gelijk kunnen handelen als de mogelijkheid zich voordoet, is belangrijk.
Ook de vaak gehanteerde projectsystematiek bij financiering is soms lastig te combineren met een collectief wooninitiatief. We zijn blij dat we als stichting WoonSaem een beroep kunnen doen op vermogensfondsen waarmee we een vertrouwensrelatie hebben. Zij stellen minder strikte regels, zoals een vastgestelde begin-en einddatum.
3. De behoefte aan gemeenschappelijk wonen voor ouderen met een migratieachtergrond is groot. Vraagt dit om andere typologieën dan de bekende, zoals bijvoorbeeld het Knarrenhofje?
Zeker in de grote steden bestaat een enorme diversiteit aan groepen. Niet alleen onder Turkse, Marokkaanse of Surinaamse ouderen is behoefte aan collectieve woonvormen. Ook voor Indische Nederlanders en ouderen met een Afrikaanse, Iraanse, Kaapverdische of Chinese achtergrond biedt het samen wonen een waardevol perspectief. Ouderen zijn gewend geraakt aan de Nederlandse woonstandaard en woontypologieën, vooral waar het de woninggrootte betreft. Verschillen met de standaard levensloopbestendige woningen zijn niet zo groot. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld dat door veel Marokkaanse ouderen een gesloten keuken belangrijk wordt gevonden (geen open plattegrond). Een apart toilet los van de badkamer heeft veelal de voorkeur en een apart inkomsthalletje is ook vanuit veel culturen belangrijk. Worden toiletpotten is levensloopbestendige woningen vaak verhoogd aangelegd, voor Chinese ouderen, die vaak wat kleiner van stuk zijn, is juist toiletpotverlaging belangrijk.
4. Kunt u een voorbeeld noemen van een woongemeenschap voor ouderen met een migratieachtergrond die ook voor de buurt van betekenis is?
Woongroep Andishe voor Iraanse ouderen in Amsterdam-Noord heeft aangegeven heel graag een buurtfunctie te willen vervullen, maar de gezamenlijke ruimte is hiervoor te beperkt. In het zomerseizoen worden door hen één of twee keer per jaar activiteiten in de buitenruimte georganiseerd waaraan buurtbewoners kunnen deelnemen.
In Utrecht maakt een Marokkaanse woongroep deel uit van een flat. Activiteiten die zij organiseert staan ook open voor andere ouderen uit de flat. Dit geldt ook voor een Afrikaanse groep ouderen op IJburg.
5. Wat is een belangrijk aandachtspunt bij gemengde woonvormen?
Je hebt een kritische massa nodig om een gemeenschap te kunnen vormen. Als in een collectief woongebouw 1 of 2 woningen worden toegewezen aan ouderen met een migratieachtergrond kunnen mensen zich snel verloren voelen. Juist doordat mensen steun bij elkaar vinden, maken ze makkelijker contact met de buitenwereld. Door woongroepleden met een paar naast elkaar te laten wonen, maar dit wel door het hele gebouw heen, krijg je een gemengde gemeenschap met meer onderlinge communicatie op een vanzelfsprekende manier. Gespikkeld of geclusterd wonen heet dat. Dit is bijvoorbeeld toegepast bij een woongemeenschap op IJburg. Een ander voorbeeld is een flatgebouw op Kanaleneiland in Utrecht. Daar kwamen in éen keer 12 woningen vrij die konden worden toegewezen aan een groep ouderen met migratieachtergrond. Zo start je met voldoende nieuwe bewoners om een gemeenschap te kunnen vormen. Het is belangrijk om je af te vragen hoe iemand het zal ervaren om ergens te komen wonen. Niet iedereen is er voor in om samen te wonen, maar een flink deel van de ouderen staat hier zeker voor open.
6. Welk advies heeft u voor de gemeente Amersfoort?
Elke gemeente maakt afspraken met woningcorporaties. Aandacht in het gemeentelijk beleid voor ouderenhuisvesting is belangrijk en expliciete aandacht daarbij voor ouderen met een migratieachtergrond en collectieve woonvormen. Zonder beleid krijg je collectieve wooninitiatieven niet van de grond. Ouderen waren van de Volkshuisvestelijke agenda verdwenen, maar zijn een sleutel om ook andere huisvestings- en zorgopgaven op te lossen. Met collectieve woonvormen kun je de doorstroming op de woningmarkt op gang brengen. Het ondersteunen van personen/instellingen die een brugfunctie kunnen vervullen is belangrijk en ook het wegblijven uit de gangbare projectsystematiek.
Verder lezen?