Amersfoorts forum voor architectuur, stedenbouw en landschap

FacebookVimeopodcastInstagramLinkedinNewsletterEnglish

 

"Of er een buurtapp is? Ik weet het niet eens'' - Elsbeth

Tijdens de expositie in De Mannenzaal (2026) in samenwerking met Museum Amersfoort zijn vier interviews met hofjesbewoners te zien en te lezen, gemaakt door Rufus de Vries. Hier lees je het volledige interview met Elsbeth. For English: please scroll down.

Elsbeth (66) lacht: “Ik heb het wonen aan de Zwartsluiskade nooit als een hofje gezien.” In 2017 trokken zij en haar partner in een van de twintig twee-onder-één-kapwoningen op het schiereiland in Vathorst, gebouwd in 2008. “Toen we het voor het eerst zagen, vond ik het leuk dat er kinderen speelden op het binnenterrein. Onze eigen kinderen waren daar al te oud voor, maar het gaf wel een vriendelijke sfeer.”

De bordjes ‘Privé terrein’ waren er niet vanaf het begin. Doordat de woningen tegenover een school staan, parkeerden ouders soms hun auto op het terrein. “Dat kon vervelend worden,” vertelt Elsbeth. “De hoekhuizen hebben geen eigen parkeerplek voor de deur en moeten in het midden parkeren. Die parkeerplekken horen echt bij het huis en het is dan ook niet de bedoeling dat iedereen hier zomaar zijn auto neerzet.''

Het schiereiland is op twee manieren verbonden met de buitenwereld: één ingang voor auto’s en één voor voetgangers. Beide hebben een duidelijke entree, zoals de pergola en de stenen pilaren die als poort fungeren.

Zowel de bruggen als het binnenterrein zijn mandelig terrein – een bijzondere vorm van mede-eigendom waarbij een perceel grond toebehoort aan meerdere aanliggende eigenaren. “Bij ons vallen ook de bruggen daaronder. We moeten het zelf onderhouden, via de Vereniging van Eigenaren.” Deze vorm van eigenaarschap komt vaker voor aan de buitenrand van Vathorst. “Als je de kaart bekijkt, zie je vaak deze opzet: woningen zijn gegroepeerd, en binnen die groepen wordt geparkeerd.”

Elsbeth en haar partner wonen er prettig. “We hebben prachtig uitzicht over het water en de polder, maar ook het wonen in wat jullie dus een hofje noemen, spreekt me wel aan. Iedereen heeft genoeg privacy, maar toen onze kat ooit wegliep, merkte ik dat buren hier meer bij elkaar betrokken zijn dan in de straat waar ik eerder woonde. Ik ken iedereen van gezicht.” Aan de andere kant van het hof hebben mensen intensiever contact. “Die zie ik wel eens borrelen. Wij doen dat niet, en dat is prima.”

Er wonen mensen van verschillende leeftijden en nationaliteiten. “In de VvE vertaal ik weleens iets voor buren met een andere achtergrond.” Of er een buurtapp is? “Ik weet het niet eens. Ik volg ‘m niet, maar wat ik moet weten, lees ik in de mail. We hebben hier eens per jaar een buurtbarbecue, en als er echt iets is, zijn buren er voor elkaar.”


During the exhibition at De Mannenzaal (2026), organised in collaboration with Museum Amersfoort, four interviews with residents of the courtyards, conducted by Rufus de Vries, are on display and available to read. You can read the full interview with Elsbeth here.

Elsbeth (66) laughs: “I never thought of living on the Zwartsluiskade as living in a courtyard.” In 2017, she and her partner moved into one of the twenty semi-detached houses on the peninsula in Vathorst, built in 2008. “When we first saw it, I liked the fact that there were children playing in the courtyard. Our own children were already too old for that, but it did create a friendly atmosphere.”

The ‘Private property’ signs weren’t there from the start. As the houses are opposite a school, parents would sometimes park their cars on the site. “That could get annoying,” says Elsbeth. “The corner houses don’t have their own parking space in front of the door and have to park in the middle. Those parking spaces really do belong to the house, so it’s not the intention that anyone should just park their car here.”

The peninsula is connected to the outside world in two ways: one entrance for cars and one for pedestrians. Both have a distinct entrance, such as the pergola and the stone pillars that act as a gateway.

Both the bridges and the inner courtyard are jointly owned land – a special form of co-ownership whereby a plot of land belongs to several adjacent owners. “In our case, the bridges are also included in this. We have to maintain them ourselves, through the Owners’ Association.”

Elsbeth and her partner are happy living there. “We have a lovely view over the water and the polder, but I also really like living in what you call a ‘hofje’. Everyone has plenty of privacy, but when our cat ran away once, I noticed that neighbours here are more involved with one another than on the street where I used to live. I know everyone by sight.” On the other side of the courtyard, people socialise more frequently. “I sometimes see them having a drink together. We don’t do that, and that’s fine.” This type of ownership is more common on the outskirts of Vathorst. “If you look at the map, you often see this layout: homes are grouped together, and parking is within those groups.” 

People of different ages and nationalities live here. “In the owners’ association, I sometimes translate things for neighbours from different backgrounds.” Is there a neighbourhood app? “I don’t even know. I don’t follow it, but whatever I need to know, I read in the emails. We have a group barbecue here once a year, and if there’s a real problem, neighbours are there for one another.”

 

Zin in een nieuwsbrief vol architectuur, stedenbouw en landschap?   Meld je aan

FASadE agendeert / Lees meer

Agenda

TIP