Terugblik: Woensdag 26 september 2018 architectuurcafé Smart Cities

“The door refused to open. It said, “Five cents, please.” He searched his pockets. No more coins; nothing. “I’ll pay you tomorrow,” he told the door. Again he tried the knob. Again it remained locked tight. “What I pay you,” he informed it, “is in the nature of a gratuity; I don’t have to pay you.” “I think otherwise,” the door said. “Look in the purchase contract you signed when you bought this conapt.” In his desk drawer he found the contract; since signing it he had found it necessary to refer to the document many times. Sure enough; payment to his door for opening and shutting constituted a mandatory fee. Not a tip. “You discover I’m right,” the door said. It sounded smug. From the drawer beside the sink Joe Chip got a stainless steel knife; with it he began systematically to unscrew the bolt assembly of his apt’s money-gulping door. “I’ll sue you,” the door said as the first screw fell out. Joe Chip said, “I’ve never been sued by a door. But I guess I can live through it.”

Tessel Renzenbrink, filosoof en werkzaam bij Stichting GR1P trapt af met bovenstaand citaat van Philip K. Dick uit het boek Ubik (1969).

Wat in 1969 erg futuristisch moet hebben geklonken is inmiddels werkelijkheid geworden illustreert Renzenbrink aan de hand van concrete voorbeelden. Van de ontwikkeling van het internet kunnen we verschillende lessen leren. Zo is er de keuze tussen closed source en open source, ook in Smart City. Sommige steden leveren big data exclusief aan grote bedrijven in ruil voor bijvoorbeeld gratis Wifi. Een stad als Barcelona kiest er bewust voor de data die ze genereert beschikbaar te stellen aan iedereen en daarnaast samen te werken met lokale partners. Hardware is nu voor een groot deel in handen van grote bedrijven, maar er bestaat ook open hardware. Het transparant maken van algoritmen draagt ook bij aan onze soevereiniteit in de technologie.

Gemeenten, burgers en beleidsmakers moeten zich bewust zijn van de keuzes die ze kunnen maken. Technologie geen onontkoombaar fenomeen is. We bepalen samen welke toekomst we bouwen met technologie. Eerst de visie, dan onderzoeken of en hoe technologie deze visie ondersteunen kan.

Jan-Willem Wesselink van Future City Foundation concludeerde dat de ruimtelijke ordening en de techwereld elkaar niet verstaan en is met het initiatief Bouwbesluit voor de Smart City gestart om deze werelden bij elkaar te brengen. De datalaag die met Smart City over de stad komt te liggen verandert de manier waarop de stad functioneert. De stad zelf blijft in de kern gelijk, want de leefkwaliteit staat onverminderd centraal. Niet alles wat kan, mag. De ethische discussie die zich opwerpt met Smart City spitst zich toe op zeven publieke waarden die door het Rathenau Instituut* als volgt zijn benoemd: privacy – autonomie – veiligheid – controle over technologie – menselijke waardigheid – rechtvaardigheid – machtsverhoudingen. Per publieke waarde benoemt het Bouwbesluit voor Smart City de bestaande wetgeving en verzamelt overige regelgeving, manifesten etc. De waarden worden vertaald in het fysieke, sociale en economische domein. Door kaders op te stellen ontstaat afwegingsruimte om publieke waarden veilig te stellen. Dit ter aanvulling op bestaande wetgeving. De kaders moeten aansluiten bij bestaande democratische structuren. Jan-Willem eindigt met een oproep voor begin-gemeenten om het bouwbesluit te toetsen.

* Het Rathenau Instituut is een organisatie die zich bezighoudt met vraagstukken op het snijvlak van wetenschap, technologie en samenleving en die politiek, beleid en samenleving daarover informeert.

Pascal Ravesteijn is lector Procesinnovatie & Informatiesystemen aan de Hogeschool Utrecht. De definitie van wat een slimme en duurzame stad behelst loopt wereldwijd uiteen, illustreert Pascal met een reeks voorbeelden  loopt. Het aspect Smart Mobility draait daarbij om drie sleutelbegrippen: gebouwde omgeving, technologische informatie en gedrag. Gemeentes hebben op dit moment te weinig expertise in huis op het vlak van data-wetenschap. Deze expertise is onontbeerlijk voor het realiseren van slimme, duurzame steden. Net als de andere twee sprekers benadrukt Pascal het feit dat het draait om keuzes. Wereldwijd worden accenten anders gelegd. In de gezonde stad heeft de fietser en de voetganger wellicht voorrang boven het gemotoriseerde verkeer. Door toepassing van slimme techniek kan het ruimtebeslag van gemotoriseerd verkeer kleiner worden en ruimte laten aan andere vormen van verkeer zoals E-bikes, die nu een snelheid hebben die tussen fietspad en autoweg invalt.

Uit de discussie die volgt met het publiek komt nog een ander aspect naar boven dat nog niet met name is genoemd: de elektrische straling die met het verweven van de techniek in alle aspecten van het bestaan steeds minder te ontlopen is. In een inclusieve stad zal ook met dit aspect rekening moeten worden gehouden. De drie betogen getuigen van een optimisme, waar niet iedereen zich in in de zaal in kan vinden. Maar het voeren van de discussie over Smart City draagt in elk geval bij aan de bewustwording die nodig is om de digitale wereld meer democratisch te maken.