Amersfoorts forum voor architectuur, stedenbouw en landschap

FacebookVimeopodcastInstagramLinkedinNewsletterEnglish

 

Stempels, stegen en schuttingen – Jane’s Walk Schothorst-Zuid

Op de eerste lentedag van 2025 verzamelt een groepje bewoners en ontwerpers zich bij het Inloophuis Schothorst, een als buurthuiskamer ingerichte hoekwoning aan het Lancelotpad. Het is dat een felgekleurde beachflag en een minibieb in de voortuin de aandacht trekken, anders zou je er zo voorbij lopen. Als je er überhaupt al zou lopen, want als dit niet toevallig je snelste route naar school of het winkelcentrum is, kom je hier eigenlijk alleen maar als je er woont of op bezoek gaat. En zo zijn er vele stille woonstraten in de wijk. Het kenmerkende ontwerp van Schothorst-Zuid vormt daarmee letterlijk en figuurlijk een interessant vertrekpunt voor een Jane’s Walk, waarbij we in de geest van Jane Jacobs (1916-2006) al wandelend het gesprek aangaan over wat we zien, horen en voelen. 



Net als veel andere wijken uit de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw, kenmerkt Schothorst-Zuid zich door een zorgvuldig geplande functiescheiding, waar Jane Jacobs ongetwijfeld enorm tegen geageerd zou hebben. In het centrumgebied vinden we het zichtbaar gedateerde wijkwinkelcentrum en een aantal basisscholen. Aan de rand van de wijk, tegen het Valleikanaal aan, liggen enkele bovenwijkse voorzieningen: twee middelbare scholen en Woonzorgcentrum ‘De Koperhorst’. Dit massieve gebouw dat je al van ver kunt zien, is volgens een van de wandelaars een belangrijke plek als het gaat om activiteiten voor wijkbewoners. Zo is er een koffie-inloop en een wijkmaaltijd. Het overgrote deel van Schothorst-Zuid heeft echter vooral een woonbestemming, hetgeen wordt onderstreept door het gebruik. Zo zijn de onderste verdiepingen van veel flats in gebruik als berging en zien we bijgevolg veel gesloten plinten. Daar waar wel op de begane grond wordt gewoond,  zien we hoge schuttingen die soms bijna tot het bovengelegen balkon reiken. Van ‘eyes on the street’, zoals Jacobs dat graag zag, is amper sprake. Hierdoor ervaren we de grens tussen ‘thuis’ en ‘buiten’ als een hele harde scheidslijn

Al wandelend ontdekken we dat Schothorst-Zuid bestaat uit een fijnmazig systeem van voetgangersstraten die veelal dwars op de straten voor doorgaand verkeer liggen, parkeerpleinen, stegen, watergangen en speelplekjes. Geregeld klinkt de vraag: “zijn we hier nu al eerder geweest of lijkt dat maar zo?” We stellen vast dat een Jane’s Walk ook gaat over wat je juist niet waarneemt. Zo valt bijvoorbeeld op dat de ontwerpers hier een grote kans gemist lijken te hebben om de herhalende patronen wat meer eigenheid en herkenbaarheid te geven. Daar waar de straten vernoemd zijn naar tot de verbeelding sprekende historische figuren, zoals Koning Arthur en Sir Lancelot, ontbreekt de verbeeldingskracht totaal in het straatbeeld. De straatnaambordjes bevatten geen toelichting, de flats zijn niet vernoemd, er zijn geen muurschilderingen die naar de mythische verhalen verwijzen en de scholen dragen dertien in een dozijnnamen als ‘De Kei’, ‘De Parkschool’ en ‘De Regenboog’. Het resultaat is een verzameling fantasieloze buurtjes. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, lijkt hier het motto. 



Het is begrijpelijk dat er destijds gekozen werd om een basisontwerp te hanteren, dat vervolgens gemakkelijk  en vooral veelvuldig gekopieerd kon worden (de zogeheten ‘stempels’). Zo konden er immers in hoog tempo veel woningen worden gebouwd. Het is ons echter een raadsel waarom er geen accenten zijn aangebracht die de buurtjes smoel geven en zorgen voor trots, hoop en dromen. We spreken welhaast vanuit een soort medelijden over een zichtbaar gebrek aan identiteit en een ogenschijnlijk lastig te duiden thuisgevoel. Organisator Eugène Zaaijer doet nog een dappere poging: “Wist je dat je, als je goed kijkt, overal verwijzingen terug kunt vinden naar de architect Jan den Hartog die hier destijds gebouwd heeft, namelijk in de vorm van drie rioolbuizen die in een muurtje gemetseld zijn? Als je het eenmaal weet, zie je ze overal”. Kennelijk lopen we vervolgens precies op de verkeerde plekken, want we zien ze daarna nergens meer.

Het leuke van zo’n wandeling is dat je onderweg altijd wel mensen tegenkomt die het een en ander te vertellen hebben. “ ’s Nachts is het hier oorlog”, vertelt een meneer die uitkijkt op een openbare binnentuin aan de Camera Obscurastraat. Gelukkig blijkt het slechts te gaan om een aanzienlijke kattenpopulatie met territoriumdrift. Maar het gaat ook wel eens echt goed mis. De vorige nacht nog, toen er een aanslag op een woning aan de Bohortplaats werd gepleegd. Vanwege lopend onderzoek en herstelwerkzaamheden is de verhuurder te druk om ons te ontvangen en moeten we daarom een bezoek aan ‘het glazen torenkamertje’ van de flat aan de Ferguutplaats aan ons voorbij laten gaan. Jammer, concluderen twee wandelaars, want dit is typisch zo’n plek waar je vaak voorbijfietst, maar die je nog nooit is opgevallen, simpelweg omdat je niet altijd omhoog kijkt. Een bewoner die meeloopt vertelt enigszins beschaamd dat de betonnen flats niet eens specifiek voor deze wijk ontworpen zijn, maar gewoon een kopie van een Amsterdams voorbeeld. We verwonderen ons over het feit dat de platte daken totaal geen functie hebben, terwijl ze waarschijnlijk oersterk zijn en prima dienst kunnen doen als daktuin of iets dergelijks. “Ja, vroeger dacht men er niet aan om een luik in het dak te plaatsen”, luidt de droge verklaring.

Op zich is het ook niet per se nodig om de daken te vergroenen, want er is al heel veel groen, met name tussen de flats. De kwaliteit laat echter wel te wensen over: we zien veel gras, dat niet alleen dient om naar te kijken, maar kennelijk ook als hondentoilet en als plek om allerlei voorzieningen in te planten, zoals schakelkasten, afvalbakken en ‘blikvangers’. Alsof je naar het originele ontwerp uit de jaren ’70 zit te kijken, aangevuld met wat functies die destijds nog niet bestonden. Positief is de zichtbare transformatie van de speelplekken. Op veel plekken zien we gloednieuwe speeltoestellen en ook zijn er op verschillende plekken jonge boompjes aangeplant. Het meest duidelijke symbool van verandering is de muurschildering van Jan Heinsbroek op de kopse kant van de flat aan de Turpijnplaats. Eugène vertelt dat het nodig is om verduurzaming zichtbaar en tastbaar te maken. De wijk kan in die zin ook wel wat positieve impulsen gebruiken, want de gemeente heeft de wijk aangewezen als de eerste wijk in Amersfoort die aardgasvrij moet gaan worden en dat heeft voor veel onrust gezorgd bij de bewoners. Positief is ook de vernieuwing van alle schoolgebouwen, de bouw van de Femke Bol sporthal en de oplevering van een gloednieuw appartementencomplex aan het Bruispad. De architect van dit complex, die ook meewandelt, legt uit dat hier wél is uitgegaan van het principe van ‘eyes on the street’. De parel van Schothorst-Zuid vinden we even verderop aan de Roos van Dekemakstraat: hier hebben bewoners een prachtige speeltuin in eigen beheer gerealiseerd, waar veel gebruik van wordt gemaakt. Een vaste bezoeker van het inloophuis die voorbij komt lopen, vertelt vol trots dat de kinderen zelf het elektriciteitshuisje hebben beschilderd.

De Rozenbuurttuin, zoals deze wordt genoemd, is een positieve uitschieter tussen de goedbedoelde initiatieven, gericht op het bestrijden van eenzaamheid en het bevorderen van ontmoeting. Hoewel de wijk volgens de coördinator van het inloophuis slecht scoort op veel lijstjes, betekent dat niet automatisch dat de bewoners het zelf ook als probleemwijk ervaren of dat ze allemaal zitten te springen om meer contact, hetgeen ze al snel als bemoeienis ervaren. Een van de wandelaars woont al 40 jaar naar tevredenheid in de wijk. Leven en laten leven is voor veel mensen een groot goed, zo blijkt ook uit het feit dat er bij het huis aan huis aanbellen door vrijwilligers van het inloophuis nauwelijks iemand opendoet. We zien meer heil in terloopse interventies die aanleiding geven tot lichte vormen van contact: een bankje hier en daar, een spontaan oploopje in de openbare ruimte en wat meer biodiversiteit in het openbaar groen. Al wandelend bedenkt de coördinator van het inloophuis dat ze met de koffie-inloop ook wel een keer op het pleintje achter kan gaan zitten in plaats van de eigen achtertuin. Eigenlijk zoals buren die elkaar opzoeken en naar elkaar omzien.

Het is geen toeval dat juist de plekken die niet in het oorspronkelijke ontwerp zijn ingetekend, zo waardevol blijken. Het is de menselijke maat die ze zo prettig maakt, in combinatie met een subtiele overgang van privé naar openbaar. Precies in dat grijze gebied ontstaat de ruimte om elkaar te leren kennen, verhalen te vertellen en aandacht voor elkaar te hebben, zoals Eva Vleeskruyer tekenend beschrijft in haar gedicht ‘Schothorster Bakkie’ uit 2019. Het gedicht bevat een treffende zin waar we ons graag aan vastklampen: “verhalen worden mooier met de jaren”.

Tekst en foto’s: Erik van Marissing (2025), met dank aan Eugene Zaaijer (Programmaleider Innovatiewerkplaatsen voor gezonde, duurzame steden), coördinator InloopHuis Schothorst Ineke Opstal, architect Jan Bloemendal, Klaas Holwerda (De Alliantie) en Yana (Academie van de Stad), Joyce Stelleman (student Hogeschool van Amsterdam)

Tijdens de wandeling kwamen andere onderwerpen aan de orde waar nog meer over te lezen valt:

Zin in een nieuwsbrief vol architectuur, stedenbouw en landschap?   Meld je aan

FASadE agendeert / Lees meer

Agenda

Architect Hans Ruijssenaars, Landgoed ISVW